

ORGELS in de Vlaamse Ardennen
Een ongekend maar boeiend patrimonium
Een waardevol maar kwetsbaar erfgoed
Het orgellandschap in de Vlaamse Ardennen beschikt over een bijzonder gevarieerd, boeiend en soms zelfs uniek patrimonium. In vergelijking met meer verstedelijkte regio's is de tijd hier vaak blijven stilstaan, waardoor tal van instrumenten grotendeels authentiek bewaard bleven. Daarnaast vonden in het verleden ook oudere orgels uit andere regio's een nieuwe thuis in de Vlaamse Ardennen. Daardoor treffen we hier soms opmerkelijk oude instrumenten aan die elders verloren gingen door smaakveranderingen, moderniseringsgolven of financiële overwegingen.
Toch kent het orgelpatrimonium in de regio ook belangrijke uitdagingen. Verschillende orgeldeskundigen wijzen al geruime tijd op de kwetsbare toestand van een aantal instrumenten. Dat is des te opmerkelijker omdat de Vlaamse Ardennen beschikken over een uitzonderlijk rijk en gevarieerd orgellandschap dat een zorgzame aanpak verdient.
Heel wat van onze orgels bevinden zich niet in goede conditie, veelal door een gebrek aan onderhoud, of door een weinig monumentvriendelijke verwarming. Uit vaststellingen blijkt bijvoorbeeld dat de laatste 50 jaar, door het ongecontroleerd plaatsen en gebruiken van warmeluchtinstallaties in kerken, méér schade aan orgels en ander cultuurbezit is ontstaan, dan in de 150 jaar die daaraan voorafgingen.
Bedreigende factor: klimatologische omstandigheden
Voor historische orgels vormt niet zozeer de temperatuur zelf het grootste risico, maar wel de luchtvochtigheid. Een relatieve luchtvochtigheid tussen 55 en 70 procent wordt algemeen beschouwd als gunstig voor de bewaring van historische instrumenten. Schade ontstaat vooral door overmatige droogte: lekke windladen, gebarsten houten pijpen, ontregelde mechanieken, ...
Een sprekend voorbeeld deed zich enkele jaren geleden voor in Nederzwalm. Door een verwarmingsinstallatie die gedurende langere tijd bleef doorwerken, werd het onderklavier van het orgel onbespeelbaar. De herstelling van deze schade vergt een investering van om en bij de 10.000 euro.
Schade ontstaat ook door condensatie die ontstaat bij een te snelle opwarming van het gebouw. Daardoor ontstaat onder meer schimmelvorming, met negatieve gevolgen voor het hout en het loden pijpwerk.
Bovendien geraken de kerkgebouwen sneller vervuild door de grote luchtcirculatie. Dat verklaart waarom er ook binnen de orgels heel wat stof- of roetafzetting terug te vinden is.
Paradoxaal genoeg heeft het verminderen van regelmatige verwarmingscycli in sommige kerken ook een positief effect gehad. Orgels worden daardoor minder blootgesteld aan extreme temperatuurwisselingen. Voor historische instrumenten geniet een stabiele basistemperatuur van ongeveer 13 à 14 graden Celsius de voorkeur. Om verdere schade te voorkomen, wordt doorgaans afgeraden hogere temperaturen dan ongeveer 15 graden Celsius na te streven. Even belangrijk is dat opwarming zeer geleidelijk gebeurt, met maximaal twee graden temperatuurstijging per uur.
Bedreigende factor: gebrek aan bespeling
Een historisch orgel is niet alleen een monument, maar ook een werkend muziekinstrument. Anders dan veel ander erfgoed bevat het talrijke bewegende onderdelen die ontworpen zijn om regelmatig gebruikt te worden.
Regelmatige bespeling draagt niet alleen bij tot het behoud van de technische toestand van het instrument, maar houdt ook de muzikale traditie rond het orgel levend. Door de afname van kerkelijke activiteiten en het dalende aantal organisten worden sommige instrumenten echter nog slechts sporadisch gebruikt.
Langdurige stilstand kan uiteenlopende problemen veroorzaken:
-
het versterven van lederen onderdelen waardoor lekken ontstaan
-
mechanieken die onbruikbaar worden
-
verhoogd risico op houtwormaantasting
-
ophopend stof in pijpen
-
pijpen die omvallen en daarbij andere pijpen beschadigen
(bij regelmatige bespeling is het effect sneller detecteerbaar) -
…
Wanneer dergelijke problemen niet tijdig worden aangepakt, kunnen instrumenten uiteindelijk gedeeltelijk of volledig onbespeelbaar worden. Hoe langer men wacht met ingrijpen, hoe omvangrijker en duurder de noodzakelijke herstellingen doorgaans worden.
Het toegankelijk maken van kerkgebouwen voor gemotiveerde organisten kan een belangrijke stap zijn in het voorkomen van dergelijke achteruitgang. In Dikkele werd hiervoor een praktische oplossing uitgewerkt waarbij geregistreerde organisten via elektronische identificatie toegang krijgen tot het instrument.
Bedreigende factor: gebrek aan regelmatig onderhoud
Zoals elk complex technisch instrument vraagt een historisch orgel regelmatig onderhoud. Idealiter wordt een orgel één à twee keer per jaar gecontroleerd en gestemd.
Door kleine gebreken tijdig op te sporen, kunnen grotere problemen vaak worden voorkomen. Preventief onderhoud is daardoor niet alleen technisch, maar ook financieel de meest verantwoorde keuze.
In verschillende kerken van de regio werd gedurende lange periodes nauwelijks onderhoud uitgevoerd. Vaak werd pas ingegrepen wanneer ernstige problemen zich reeds manifesteerden. Op dat ogenblik zijn niet zelden omvangrijkere en duurdere herstellingen noodzakelijk geworden.
Bedreigende factor: onvoldoende kennis van erfgoedwaarde
Gebrek aan kennis en bewustwording speelt eveneens een rol in de achteruitgang van bepaalde instrumenten. Niet altijd wordt voldoende beseft welke historische, artistieke en ambachtelijke waarde een orgel vertegenwoordigt.
Nog steeds is het moeilijk te begrijpen waarom een orgel zoals dat in Sint-Blasius-Boekel gewoonweg het zwijgen werd opgelegd, terwijl het nog volledig werkzaam was. Sinds 2008 werd het opnieuw bespeeld en kreeg het een grondig onderhoud. Door het wegvallen van weekendvieringen wordt het sinds 2013 opnieuw nauwelijks gebruikt, wat op zich geen reden mag zijn.
In Leupegem vond men rond 2010 een reeks oude "buizen" op zolder en voerde men die af als schroot. Het bleek om het oorspronkelijke trompetregister van het orgel te gaan, dat eruit was verwijderd om schade aan andere pijpen te voorkomen.
In 2016 verdween het oude 18de-eeuwse orgelfront in Ename. De plaatselijke "experten" bestempelden het houtsnijwerk en de originele frontpijpen van Van Peteghem als "waardeloos 20ste-eeuws" materiaal dat kon worden afgevoerd.
Vragen rijzen eveneens wanneer waardevolle ambachtelijke pijporgels worden vervangen door tweedehandse elektronische instrumenten, terwijl met een vergelijkbaar budget soms ook het bestaande pijporgel opnieuw bespeelbaar kan worden gemaakt.
Zo volstaat voor het Van Peteghemorgel van Sint-Kornelis-Horebeke uit 1777 een onderhoudsbeurt van ongeveer 5.000 euro om het instrument opnieuw bespeelbaar te maken. (Ter vergelijking: de reconstructieve restauratie van het orgel in Sint-Maria-Horebeke kost ca. 500.000 euro.) Met dit relatief beperkte bedrag zou al heel wat resultaat kunnen worden geboekt. Het is dan ook opmerkelijk dat men er enkele jaren terug bijna evenveel middelen heeft besteed aan de aankoop van een tweedehands decennia oud Johannus-electronium.
Een gelijkaardige situatie deed zich voor in Welden. Rond de eeuwwisseling werd daar nog een bedrag van ca. 25.000 euro geïnvesteerd voor de bouw en plaatsing van een gloednieuw ambachtelijk kistorgel. In 2024 besloot de kerkfabriek te 'investeren' in een tweedehands drie decennia oud elektronisch orgel, onder meer omwille van het grotere aantal registers en klavieren en omdat het geen onderhoud zou vergen. Tegelijk werd het ambachtelijk vervaardigde kistorgel voor een symbolisch bedrag van de hand gedaan. Zelfs de mogelijkheden voor een verder gebruik ter plaatse werden niet onderzocht. De praktijk bleek minder evident dan vooraf werd verwacht: amper twee jaar na de aanschaf van het elektronisch instrument waren de luidsprekers nog steeds niet aangesloten en vertoonde het al meerdere technische problemen. Vanuit organistenkringen klinkt geen enthousiasme voor deze nieuwe aanschaf. Het kistorgel daarentegen kreeg intussen een zeer mooie nieuwe bestemming voor dagelijks gebruik in een klooster...
Elektronische instrumenten kunnen in bepaalde omstandigheden onmiskenbaar praktische voordelen bieden. Zij vertegenwoordigen echter niet dezelfde historische, ambachtelijke en materiële erfgoedwaarde als authentieke pijporgels. Bovendien is hun levensduur doorgaans aanzienlijk beperkter dan die van historische instrumenten die, mits goed onderhoud, meerdere eeuwen kunnen blijven functioneren.
Besluit
De historische orgels van de Vlaamse Ardennen vormen een uitzonderlijk cultureel bezit. Hun voortbestaan kan echter niet als vanzelfsprekend worden beschouwd. Klimaatproblemen, achterstallig onderhoud, verminderde bespeling en een gebrek aan erfgoedbewustzijn vormen reële uitdagingen.
Met een doordacht beheer, regelmatige opvolging en een blijvende waardering voor hun historische betekenis kunnen deze instrumenten ook in de toekomst blijven getuigen van eeuwen vakmanschap, muziekcultuur en lokaal erfgoed.
Bedreigd orgelpatrimonium in de Vlaamse Ardennen
Nederzwalm: vernietigende gevolgen van een verwarming die dagen is blijven doordraaien in de winter van 2011.
Op deze foto werd het bovenklavier reeds terug bespeelbaar gemaakt.
We zien: een hangende toets van het bovenklavier (gebarsten toets), houtwormaantasting, barst in de lessenaar, een uitgeschakeld onderpositief
Stof- en roetafzetting in de windlade van het waardevolle Van Peteghemorgel van Sint-Kornelis-Horebeke ten gevolge van tientallen jaren zonder onderhoud en monumentonvriendelijke verwarmingssystemen die door een grote luchtcirculatie enorm vervuilen.
Gevolgen van een gebrek aan onderhoud aan het orgel van Sint-Denijs-Boekel:
scheefgezakte pijpen door bezwijking onder eigen gewicht en slechte (lees: geen) roostering
Sporen van verval in Sint-Maria-Horebeke:
omvergevallen pijpen die hun eigen gewicht niet meer konden dragen liggen neer op de blaasbalg
In Leupegem werden scheefgezakte pijpen uit het orgel gehaald om schade op andere orgelpijpen te voorkomen. Bij een opkuisbeurt in de kerk rond 2010 werden de pijpen naar het containerpark gebracht. Reconstructie van de verloren gegane orgelpijpen van zo'n origineel trompetregister kost al snel minstens 10.000 euro.
In Ename werd het 18de-eeuwse orgelfront verwijderd omdat men erachter middeleeuwse schilderingen had aangetroffen. In plaats van het front een vernieuwde eervolle herbestemming te geven, werd het voortdurend verhuisd om uiteindelijk af te voeren. Volgens de plaatselijke experten werd dit erfgoed als waardeloos 20ste-eeuws bestempeld.
Gloednieuw en toch al afgevoerd...
Rond 2000 investeerde een groep enthousiastelingen in Welden ongeveer 25.000 euro in een gloednieuw, ambachtelijk gebouwd kistorgel. Nauwelijks twee decennia later werd dit instrument voor een symbolisch bedrag afgestoten en vervangen door een elektronisch orgel dat op dat moment zelf al ongeveer dertig jaar oud was. Als argumenten werden de vermeende extra mogelijkheden aangehaald, evenals het feit dat het elektronische instrument niet zou moeten worden gestemd en minder onderhoud zou vergen.
Het resultaat? Twee jaar na de verwijdering van het pijporgel was het elektronische instrument nog steeds niet degelijk aangesloten op de luidsprekers en kampte het reeds met verschillende technische problemen.
Dan hebben we het nog niet eens over de klankkwaliteit...
Casus Horebeke-Zwalm: persartikel

Artikel in De Beiaard, weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen, editie Vlaamse Ardennen, vrijdag 21 maart 2014

Voorpagina van De Beiaard, weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen, editie Vlaamse Ardennen, vrijdag 21 maart 2014

Artikel in De Beiaard, weekblad van Zuid-Oost-Vlaanderen, editie Vlaamse Ardennen, vrijdag 21 maart 2014
De Beiaard vrijdag 21 maart 2014
Zwalm-Horebeke
Pijporgels in erbarmelijke staat
In Zwalm en Horebeke worden nog slechts twee kerken gebruikt voor de weekendvieringen, de kerk in Munkzwalm en die in Sint-Maria-Horebeke. Hierdoor worden ook de orgels niet meer bespeeld. Een stuk erfgoed staat te verkommeren.
Orgels in erbarmelijke staat
ZWALM-HOREBEKE
Na de hervorming van de parochies in Zwalm en Horebeke worden sinds december 2013 nog slechts twee van de 14 rooms-katholieke parochiekerken gebruikt voor weekendvieringen, de kerk van Munkzwalm en Sint-Maria-Horebeke. Hierdoor blijven veel kerken onbenut achter en dat heeft natuurlijk gevolgen, onder andere voor een waardevol maar vaak over het hoofd gezien patrimonium: de pijporgels. ‘Een groot deel van het waardevol orgelpatrimonium staat te verkommeren en als we niet ingrijpen zal het zomaar verdwijnen.’, aldus organist Sven Vermassen.
De Beiaard: Kan u het orgelpatrimonium in Zwalm en Horebeke omschrijven?
Sven Vermassen: ‘Het orgelpatrimonium in Zwalm en Horebeke is uniek. In tegenstelling tot veel andere streken zijn de pijporgels er goed bewaard gebleven en in hun oorspronkelijke toestand. Getuigen daarvan zijn de oude orgels van Nederzwalm, Sint-Blasius-Boekel, Hundelgem, Dikkele, Rozebeke en Sint-Kornelis-Horebeke. Ook in Roborst, Beerlegem en Korsele zijn nog bespeelbare instrumenten te vinden. Het oudste orgel is waarschijnlijk het Van Peteghemorgel van Sint-Kornelis-Horebeke dat dateert van ongeveer 1777. Het orgel van Nederzwalm is zelfs een zeer uniek instrument, want het is wellicht het enige nog bestaande werk van de orgelbouwer Petrus Haelvoet uit Kerkhove. Jammer genoeg is dit orgel sinds 2011 gedeeltelijk onbespeelbaar geworden door een defect aan de verwarming. Een restauratie van dit uniek exemplaar is meer dan wenselijk en verantwoord.’
D.B.: Al deze orgels lijden onder de hervormingen binnen de parochie, kan u de problematiek toelichten voor onze lezers?
S.V.: ‘Na de hervorming van de parochies bleven in Zwalm en Horebeke twee kerken van de veertien in gebruik voor de weekendvieringen, de kerk van Munkzwalm en die van Sint-Maria-Horebeke. Vreemd genoeg staat in geen van beide kerkgebouwen een spelend pijporgel. Dat van Sint-Maria-Horebeke speelt al jaren niet meer en in Munkzwalm staat er zelfs helemaal geen. In beide kerken gebruikt men een elektronisch orgel, een electronium. Zo’n instrument heeft een geluid dat op geen wijze kan tippen aan een ambachtelijk gemaakt pijporgel, met echte blaasbalgen, mechanieken en handgemaakte pijpen. De pijporgels in de andere kerken worden ondertussen niet of nauwelijks bespeeld en dat is natuurlijk nefast voor de werking: lederen onderdelen versterven waardoor er lekken ontstaan, mechanieken worden onbruikbaar, in de pijpen hoopt zich zeer veel stof op en het houtwerk heeft zeer veel last van houtworm.’
D.B.: Wat moet er volgens u gebeuren?
S.V.: ‘Eerst en vooral er voor zorgen dat deze orgels blijvend bespeeld kunnen worden. De verschillende overheden zouden in overleg moeten gaan met elkaar in plaats van op elkaar te wachten, zoals dat nu het geval is. Wachten zal de schade alleen maar groter maken. Dat is het grote verschil met andere monumenten. Orgels zijn meer dan statische monumenten, zoals bijvoorbeeld een mooie houten preekstoel: ze zitten vol met mechanieken die blijvend in beweging moeten gehouden worden.
Daarnaast is regelmatig onderhoud de boodschap. De meeste orgels staan er in een erbarmelijke toestand bij en dat is te wijten aan een gebrek aan onderhoud. Net zoals een auto heeft een orgel op jaarlijkse basis nood aan een onderhoud, wacht men langer dan lopen de kosten per onderhoud veel hoger op. Gedurende jaren werd in het dekenaat niet of nauwelijks naar de orgels omgezien. Veelal was er pas een onderhoud nadat er problemen opdoken, maar dan is het kwaad natuurlijk al geschied. Ik vind het bovendien zeer vreemd dat men de pijporgels nogal snel vervangt door oude tweedehandse elektronische instrumenten, terwijl men voor hetzelfde geld het pijporgel opnieuw bespeelbaar kan maken. Om het waardevolle Van Peteghemorgel van Sint-Kornelis-Horebeke uit 1777 weer bruikbaar te maken volstaat een onderhoud van €5000. Om het tweede klavier van het unieke orgel van Nederzwalm terug bruikbaar te maken, spreekt men over een bedrag van ca. €10 000. Dat is eigenlijk niet zoveel, zeker als je weet dat een volledige restauratie van het orgel in Sint-Maria-Horebeke ca. €500 000 kost. Maar dan spreekt men over een restauratie waarbij alle latere wijzigingen van het instrument weer volledig ongedaan worden gemaakt en het orgel pijpje per pijpje wordt gereconstrueerd in een staat waarin het misschien ooit geweest zou kunnen zijn. De vraag is maar in hoever dit nodig is, zeker als je weet dat het orgel daardoor misschien wel aan draagkracht verliest. Er is dus een verschil tussen het bespeelbaar houden van een instrument en een instrument volledig laten restaureren. Over het eerste zou eigenlijk geen twijfel mogen bestaan…’
‘Ik vind het zeer vreemd dat men oude tweedehandse elektronische instrumenten koopt voor een bedrag waarvoor de oude pijporgels opnieuw bespeelbaar kunnen gemaakt worden.’






%2C%20clich%C3%A9%20B034893%20(foto%201942).jpg)
