

ORGELS in de Vlaamse Ardennen
Een ongekend maar boeiend patrimonium
Orgelbouwer:
Bouwjaar:
?
begin 19de eeuw (?)
Bespeelbaarheid:
goed bespeelbaar
Klaviatuur:
zijwandbespeling
(vanuit de kerk bekeken aan de linkerzijwand van de kast)
In de 19de eeuw wordt de praktijk van de zijkantbespeling favoriet, mede omdat de organist zo een goed contact heeft met het gebeuren van de viering.
Aangehangen pedaal (C - d')
Dispositie:
Orgelkast:
registertrekkers boven het klavier, van links naar rechts:
(behalve één naamplaatje van de trompet, zijn de naamplaatjes op de registertrekkers verdwenen, en plakken nu boven de trekkers)
Voix céleste 8' (vanaf c2)
Trompette 8' (diskant vanaf c3, niet c#3 !)
Trompette 8' (bas tot b2)
Violine 4'
Salicional 8' (vanaf c2)
Flûte écho 4'
Bourdon 8'
Prestant 4'
Flûte 8' (vanaf c2)
(+ 3 lege registergaten)
Typisch vijfdelige opbouw met drie ronde torens. De hoge middentoren bevat vijf pijpen, de zijtorens slechts drie. In de tussenvelden bevinden zich 8 frontpijpen waarvan de labia aflopen naar de middentoren. De middelste pijp van elke toren heeft een opgeworpen labium, de andere frontpijpen hebben allemaal een spitsvormig bovenlabium. De tussenvelden hebben bovenaan flauw gebogen bovenlijsten. Zowel de onder- als bovenkant van de bovenlijsten van de pijpvelden zijn voorzien van snijwerk.
De consoles onder de torens hebben plantaardige motieven.
De decoratie draagt in vrij sterke mate het stempel van het neo-classicisme. Op de onderkas hangen festoenen onder de tussenvelden.
De versierde onderkas is in de balustrade ingebouwd, waardoor we dit orgel als een balustrade-orgel kunnen omschrijven.


Zijwandbespeling

Zich op het pijpwerk